Van Liempt: "De Voetbalkapelaan"
Op 4 mei 2025 sprak de heer Ad van Liempt tijdens de jaarlijkse Dodenherdenking op het Plein in Houten. De tekst van deze lezing leest u hieronder.
Op www.4en5meihouten.nl vindt u meer verslagen van de vele activiteiten die in 2025 plaatsvonden.
Beste dames en heren, jongens en meisjes,
Laatst kwam ik in een boek het getal tegen van Nederlanders die de tweede wereldoorlog niet hebben overleefd, omdat ze zich tegen de Duitse bezetter verzet hadden en daarvoor werden gestraft. Dat zijn er zevenduizend. Een getal dat te groot is om je een voorstelling van te maken. Ik wil hier vandaag het verhaal vertellen van een van die zevenduizend, en wel een bijzondere man die hier in Houten werd geboren, om precies te zijn in boerderij De Steenen Poort. Zijn naam was Marinus van Rooijen, ze noemden hem allemaal Ries.
Hij kwam uit een katholiek gezin en wilde als kind graag priester worden. Dat lukte, hij werd op zijn 27e tot priester gewijd, en werd in verschillende dorpen in Gelderland kapelaan. In 1933 kwam hij terecht in ’s Heerenberg, dat ligt op de Duitse grens, vlak bij Emmerich. Daar bleek dat hij een door iedereen gewaardeerd priester was, maar ook een fanatiek voetballiefhebber. Het aartsbisdom benoemde hem daarom als geestelijk adviseur van de voetbalbond in Oost-Gelderland. Hij reisde voortdurend van de ene voetbalclub naar de andere, het laatst op zijn eigen motor. Hij was voor zijn tijd nogal modern, hij kreeg voor elkaar dat de spelers van een club in de buurt, in Beek, in korte broek mochten voetballen, ondanks bezwaren van de plaatselijke pastoor – zo ging dat vroeger dus.
Bij zijn eigen club in ’s Heerenberg RKBVV was hij extra populair omdat hij er vaak langs de lijn stond en vooral omdat hij, met de kruiwagen, had meegeholpen een nieuw veld aan te leggen.
Tijdens de bezetting bleek dat Marinus van Rooijen, net als zijn pastoor Galama, nogal fel anti-Duits was. Plaatselijke NSB’ers hadden daardoor een hekel aan hem. Ze grepen hun kans in augustus 1941. Marinus van Rooijen had in de kerk op zondag een brief voorgelezen van aartsbisschop Jan de Jong. Die vroeg aan de katholieken om geen lid te worden van de Duitsgezinde vakbond die de nazi’s bezig waren op te richten. Woedend waren de Duitsers, ze hadden De Jong nog ’s nachts verboden de brief te laten voorlezen, maar De Jong trok zich daar niets van aan. En in ’s Heerenberg ging Van Rooijen zover dat hij de brief liet stencillen en huis aan huis verspreiden. Daarop werd hij door NSB’ers verraden en door de Gestapo gearresteerd.
In het najaar kwam hij eerst in het Duitse concentratiekamp Sachsenhausen terecht en vervolgens in dat andere vreselijke kamp, Dachau. Daar werd hij, net als duizenden andere gevangenen, zo slecht gevoed en zo erg afgebeuld dat hij erbij neerviel. Hij overleed op 16 juni 1942, hij was toen 44 jaar oud.
De klap kwam hard aan in ’s Heerenberg, en natuurlijk ook bij zijn familie in Houten. Toen ’s Heerenberg was bevrijd – dat was een maand eerder dan het westen van Nederland – kwam de voetbalclub in vergadering bijeen. De leden wilden met een schone lei beginnen en besloten unaniem dat de club een nieuwe naam moest krijgen. Dat werd MvR, de afkorting van Marinus van Rooijen. Mooi, een voetbalclub met de naam van een kapelaan.
Tot voor een paar jaar geleden keek ik af en toe op internet hoe het ging met die club, in de vierde klasse Oost van de KNVB. Opeens was MvR uit de stand verdwenen. Wat bleek, de club was gefuseerd, de naam was veranderd. Maar niet helemaal weg. De club heet nu FC Bergh, maar speelt op sportpark Marinus van Rooijen. En zo heet trouwens ook de plaatselijke tafeltennisvereniging nog steeds – ik heb er vorig jaar zelf nog tegen gespeeld.
En zo leeft Marinus van Rooijen dus voort, de naam is niet vergeten. Laten we hem in ere houden.